Mobiliteitsbudget komt eraan, maar werknemers houden voorlopig vast aan hun bedrijfswagen

Foto
Maarten De Boeck, senior consultant bij SD Worx © 04iraq
Vanaf 2027 worden grote werkgevers verplicht om een mobiliteitsbudget aan te bieden. Toch verwachten Belgische ondernemingen geen massale overstap weg van de bedrijfswagen. Integendeel: volgens werkgevers zou slechts één op vier werknemers met een bedrijfswagen interesse hebben in het nieuwe systeem. En wie wel overstapt, kiest mogelijk gewoon opnieuw voor een wagen – zij het een elektrische.
Het mobiliteitsbudget wordt de komende jaren een steeds belangrijker onderdeel van het verloningsbeleid. Grote Belgische werkgevers bereiden zich alvast voor op de verplichting die vanaf 2027 op hen afkomt.
Maar dat betekent niet automatisch dat de bedrijfswagen binnenkort massaal uit het straatbeeld verdwijnt. Uit een studie van SD Worx bij 250 grote Belgische werkgevers blijkt dat zij verwachten dat gemiddeld 26% van de werknemers met een bedrijfswagen interesse zal hebben in het mobiliteitsbudget.
Slechts een kwart van de bevraagde bedrijven denkt dat meer dan 40% van de betrokken werknemers effectief de overstap zal maken.
Werkgevers zijn volop aan het voorbereiden
De deadline van 2027 komt snel dichterbij en bij heel wat bedrijven zijn de voorbereidingen al gestart.
Vandaag heeft 18% van de grote Belgische ondernemingen het mobiliteitsbudget al ingevoerd. Nog eens 19% zegt grotendeels klaar te zijn voor de implementatie. De grootste groep, 38%, is momenteel bezig met de praktische voorbereiding, zoals het berekenen van de budgetten en het integreren van de nodige software.
Niet iedereen kijkt echter even enthousiast naar de nakende verplichting. Zo geeft 21% van de werkgevers aan nog steeds te hopen op uitstel.
Wie overstapt, kiest mogelijk opnieuw voor een wagen
Opvallend is waarvoor werkgevers denken dat werknemers hun mobiliteitsbudget zullen gebruiken.
Volgens 52% van de ondernemingen zullen werknemers die overstappen vooral kiezen voor een volledig elektrische wagen. Dat zou een opvallende verschuiving betekenen tegenover de huidige situatie, waarin slechts een beperkte groep het mobiliteitsbudget gebruikt om opnieuw voor een wagen te kiezen.
De terugbetaling van huisvestingskosten volgt volgens werkgevers op de tweede plaats (41%). Duurzame vervoersoplossingen, zoals openbaar vervoer, fietsen en deelmobiliteit, komen op de derde plaats (34%).
Het mobiliteitsbudget zou dus in eerste instantie wel eens meer kunnen bijdragen aan de vergroening van het wagenpark dan aan een sterke daling van het aantal bedrijfswagens.
Voor vier op tien wagens is er een professionele reden
Dat werkgevers geen grote uittocht uit de bedrijfswagen verwachten, heeft volgens hen ook te maken met de dagelijkse realiteit van heel wat jobs.
Gemiddeld is 40% van de bedrijfswagens nodig voor professionele verplaatsingen, zoals klantenbezoeken of verplaatsingen tussen verschillende vestigingen. Bij een kwart van de grote werkgevers gaat het zelfs om minstens 63% van de wagens.
Voor een aanzienlijke groep werknemers is de bedrijfswagen dus niet alleen een aantrekkelijk loonvoordeel, maar vooral een noodzakelijk werkinstrument.
“Het mobiliteitsbudget wordt stilaan een vast onderdeel van het verloningsbeleid, maar werkgevers verwachten geen grote verschuiving weg van de bedrijfswagen”, zegt Maarten De Boeck, senior consultant bij SD Worx. “Dat heeft niet alleen te maken met de waardering voor dit voordeel, maar ook met de realiteit van heel wat functies.”
Volgens De Boeck zal het mobiliteitsbudget daarom vooral bijdragen aan een verdere vergroening van het wagenpark, eerder dan aan een snelle afbouw ervan.
“Wanneer de werknemer de wagen niet nodig heeft voor de job en voldoet aan de voorwaarden voor de terugbetaling van huisvestingskosten, is de kans wel groter dat het leidt tot een wagen minder”, voegt hij eraan toe.
Kosten en administratie blijven aandachtspunten
De invoering van het mobiliteitsbudget brengt voor werkgevers ook heel wat praktische vragen met zich mee.
Een derde van de bevraagde bedrijven verwacht hogere kosten. Daarnaast wijst 33% op logistieke uitdagingen, zoals de nood aan bijkomende laadinfrastructuur.
Ook voor hr kan de invoering extra werk betekenen. Bijna een derde van de werkgevers (32%) verwacht bijkomende administratieve complexiteit, bijvoorbeeld bij het berekenen van budgetten en het begeleiden van werknemers bij hun keuze.
Andere bezorgdheden zijn weerstand tegen de elektrische wagen (30%), een gebrek aan interesse bij werknemers (21%) en onvoldoende kennis over het systeem (19%). Ook lopende leasecontracten vormen voor sommige bedrijven een struikelblok.
“Een succesvolle invoering van het mobiliteitsbudget vraagt meer dan alleen een aanpassing van het mobiliteitsbeleid”, zegt De Boeck. “Werkgevers moeten vaak verschillende hr-, payroll-, fleet- en mobiliteitssystemen met elkaar verbinden. Wie kiest voor een geïntegreerde aanpak en tijdig communiceert met medewerkers, vermijdt heel wat administratieve complexiteit en kan werknemers beter begeleiden bij hun keuze.”
De komende jaren zal dus moeten blijken of werknemers het mobiliteitsbudget massaal omarmen. Voorlopig verwachten werkgevers vooral een andere invulling van de bedrijfswagen, eerder dan een definitief afscheid ervan.
28K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






