Van perfectionisme naar optimalisme

In haar boek ‘Niet perfect toch tevreden’ pleit Liesbet Boone voor optimalisme. Wie werkt vanuit eigen behoeften kan beter om met externe druk.
In haar boek ‘Niet perfect toch tevreden’ pleit Liesbet Boone voor optimalisme. Wie werkt vanuit eigen behoeften kan beter om met externe druk.
Liesbet Boone, een doctor in de psychologie die academisch onderzoek deed naar perfectionisme, is vandaag actief als leiderschapscoach. Ze is co-founder van Conundrum, een coaching en consultancyorganisatie die ondernemingen ondersteunt om hun groeiambities te realiseren. als zelfstandig consultant. In haar leiderschapscoachings merkte ze dat leiders vaak tegen hun perfectionisme aanliepen.
Wat bij ons de vraag oproept wat je bedoelt met perfectionisme.
Liesbet Boone: “Perfectionisme is een strategie waarmee we onszelf proberen te beschermen tegen negatieve gevoelens en angsten, zoals onzekerheid, angst om afgewezen te worden, om niet goed genoeg te zijn, faalangst. Door hard te werken, probeert men het risico op die negatieve gevoelens te verkleinen.
Dat kan het geval zijn voor teamleden, maar ook leidinggevenden herkennen dit wanneer ze het moeilijk vinden om te delegeren, omdat ze bang zijn dat de ander het niet goed genoeg zal doen, waardoor er veel werk bij hen blijft liggen. Of leidinggevenden die geen moeilijke feedback durven te geven, omdat ze zich niet schuldig willen voelen of bang zijn om daardoor als een slechte leidinggevende gepercipieerd te worden. En dat is zonde, want daardoor loop je als leidinggevende het risico dat je je rol niet ten volle opneemt …”
Optimalisme
U hebt zelf onderzoek gedaan naar perfectionisme?
Liesbet Boone: “Inderdaad, ik ben daarbij uitgegaan van adaptief en maladaptief perfectionisme. De adaptieve vorm is gebaseerd op het stellen van hoge verwachtingen, de maladaptieve vorm gaat gepaard met overdreven zelfkritiek en twijfel. De maladaptieve vorm hangt nauw samen met stress, angst, burn-out en depressie.
Maar uit bepaalde onderzoeken blijkt dat ook de adaptieve vorm gepaard gaat met stress. Om dit uit te klaren heb ik een nieuw model ontwikkeld. Het model is een continuüm geworden, met aan de ene kant van dat continuüm perfectionisme, en aan de andere kant optimalisme. Het verschil tussen beiden zit hem niet in de hoge verwachtingen, maar wel in de vraag waarom men hoge verwachtingen voor zichzelf of anderen heeft.”
Wat bedoelt u met optimalisme?
Liesbet Boone: “Waar perfectionisme gepaard gaat met gedrag vanuit externe of interne druk, gaat het bij optimalisme om een instelling die berust op wat je zelf belangrijk vindt en op je persoonlijke behoeften. Daar gaat het om je eigen waarden, passies, sterktes … Als mensen te veel handelen vanuit een ‘moeten’, gaat dat al snel ten koste van hun eigen waarden en eigen noden.
Vanuit het optimalisme vertrek je ook vanuit realistische verwachtingen, waarbij je accepteert dat je geen superheld hoeft te zijn en dat de dingen niet altijd perfect zullen lopen. Dat betekent niet dat je dan geen stress of angst zal voelen in situaties waarin niet alles onder controle is, maar wel dat je de daarmee gepaard gaande druk kan dragen en je je niet helemaal laat overmannen door angst.”
Wat je kunt leren door die angsten te benoemen?
Liesbet Boone: “Ja, het kan helpen om te begrijpen wat je perfectionisme drijft. Dikwijls kom je dan in de geschiedenis van hoe iemand is opgegroeid, opgevoed, welke overtuigingen en regels je hebt meegekregen … Al ga ik er niet vanuit dat perfectionisme zich altijd en overal manifesteert. Perfectionisme kan getriggerd worden door specifieke situaties. Kritiek krijgen op het werk kan een zekere angst induceren.
En dan is de kwestie: hoe ga je daar mee om? Word je helemaal overmand door die angst en verval je in een gevoel dat je inderdaad tekortgeschoten bent. Ook vanuit het optimalistische zal negatieve feedback initieel een negatief gevoel teweegbrengen, maar je slaagt er wel in om die gevoelens op te merken, te benoemen en bijvoorbeeld in een ander perspectief te plaatsen, namelijk dat dit kan helpen om te groeien en te evolueren. Optimalisme is de zaken bekijken vanuit groeien, perfectionisme gaat uit van bewijzen dat je het kan en je mag vooral niet falen.”
U geeft in uw boek aan dat u het concept optimalisme ontleent aan Tal Ben-Shahar, een vertegenwoordiger van ‘positieve psychologie’.
Liesbet Boone: “Klopt, ik vond de term veelzeggend, al vul ik het concept wat ruimer in. Ben-Shahar gaat uit van wat goed genoeg is, ik leg de link met de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci. De cruciale link is het belang van autonomie bij de keuzes die individuen maken.”
Burn-out
Zijn perfectionisten vatbaarder voor burn-out?
Liesbet Boone: “Tja, ik praat niet over perfectionisten, want perfectionisme is eerder een vorm van gedrag dat in sommige omstandigheden naar boven komt. Er is effectief wel onderzoek waaruit een verband blijkt tussen hogere stresslevels, hoog scoren op perfectionisme enerzijds en meer kans lopen op burn-out anderzijds. Maar wie nu bepaalde zaken herkent, moet niet gaan concluderen dat het een kwestie van tijd is tot hij/zij zal een burn-out krijgen.
Het kan best dat je in sommige omstandigheden reageert vanuit een meer perfectionistische houding en in andere dan weer niet. Algemeen kan je wel stellen dat het risico op een burn-out wel groter is voor mensen die voortdurend en overal het gevoel hebben dat ze zaken perfect moeten doen en controle moeten behouden.”
Sommigen zullen perfectionisme niet als negatief percipiëren, maar associëren met mensen die heel hard hun best doen, die de lat hoog leggen?
Liesbet Boone: “Ze volgen de idee dat mensen die hoog scoren op perfectionisme harde werkers zullen zijn. Medewerkers die je veel verantwoordelijkheid kunt geven … En dan denken ze misschien dat iemand die meer optimalistisch denkt het misschien allemaal wat zal laten slabakken. Maar dat klopt niet, integendeel. Het verschil tussen beiden heeft niet zozeer te maken met de kwaliteit van het werk, maar eerder met de onderliggende motivatie.
Ook vanuit het optimalisme leggen mensen de lat best hoog. Het verschil is dat je daarbij vertrekt vanuit het besef dat je soms fouten zal maken en dat we rust nodig hebben. Net vanuit die instelling en een open houding naar emoties kun je gezonder omgaan met tegenslag en falen en blijf je veerkrachtiger.”
Welk advies hebt u voor leidinggevenden?
Liesbet Boone: “Het is belangrijk dat leidinggevenden zich afvragen in welke mate ze bijdragen tot een veilig klimaat. Dat gaat verder dan alleen maar zeggen ‘we mogen hier fouten maken’, het zit hem soms nog vaker in subtiele signalen, zoals de manier waarop gesproken wordt over vergissingen. Ga je op zoek naar de schuldige (wie heeft dit gedaan?) of ga je op zoek naar leerpunten (hoe kunnen we dit optimaliseren?). Ook belangrijk in dat verband zijn check-ins aan de start van een vergadering, waarbij je tijd maakt voor gevoelens waar teamleden mee zitten. Zo voelen werknemer dat ze niet alleen gewaardeerd worden voor hun prestaties, maar ook als persoon.
Dat is voor veel leidinggevenden nog niet zo evident. Ik hoor vaak dat leidinggevenden soms niet durven te vragen waar iemand mee zit, uit angst voor problemen die aan het licht komen en die ze dan ook moeten oplossen. Het is vaak een groot verantwoordelijkheidsgevoel dat hen tegenhoudt, terwijl ze niet verantwoordelijk zijn voor de oplossing. Het betekent echt veel als er een context is waarin het probleem benoemd kan worden en een bezorgdheid geuit kan worden en een medewerker zich daarin gehoord en gezien voelt.”
Liesbet Boone, Niet perfect, toch tevreden, Pelckmans 2023.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






