Vraag van de maand

Vraag van de maand

Geniet een kandidaat die niet verkozen was bij de laatste sociale verkiezingen in 2016 van de uitgebreide ontslagbescherming ...

1 oktober 2020

Geniet een kandidaat die niet verkozen was bij de laatste sociale verkiezingen in 2016 van de uitgebreide ontslagbescherming op basis van de wet van 19 maart 1991 indien deze kandidaat in 2012 eveneens niet verkozen was maar wel een personeelsafgevaardigde heeft opgevolgd?

Ten gevolge van de Covid-19 crisis is Eclips NV genoodzaakt over te gaan tot een herstructurering waardoor de functie van een aantal werknemers komt te vervallen. Eén van de getroffen werknemers is mevrouw Van Den Bossche.

In 2016 heeft mevrouw Van Den Bossche zich naar aanleiding van de sociale verkiezingen kandidaat gesteld als werknemersvertegenwoordiger in de ondernemingsraad. Zij werd echter niet verkozen. Ook in 2012 had zij zich al een eerste maal vruchteloos kandidaat gesteld als werknemersvertegenwoordiger voor het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Echter, ten gevolge van een aantal personeelsverschuivingen in de periode tussen 2012 en 2015 waardoor een aantal effectieve werknemersvertegenwoordigers en plaatsvervangende werknemersvertegenwoordigers de onderneming hebben verlaten, zetelde mevrouw Van den Bossche sedert december 2015, bij gebreke aan een verkozen plaatsvervanger, alsnog in het comité voor preventie en bescherming op het werk, niettegenstaande zij nooit verkozen werd.

Eclips NV vraagt zich af of mevrouw Van den Bossche geniet van de uitgebreide ontslagbescherming gedurende vier jaren op basis van de Wet van 19 maart 1991. In voorkomend geval betekent dit dat Eclips NV voorafgaand aan het ontslag van mevrouw Van den Bossche een verzoek moet indienen bij het Paritair Comité tot erkenning van het bestaan van een economische of technische reden zodoende dat de ontslagbescherming kan worden opgeheven.

 

Helaas foutief...

Mevrouw Van den Bossche geniet niet van de uitgebreide ontslagbescherming gedurende 4 jaar zoals voorzien door de Wet van 19 maart 1991.

Volgens de wettelijk voorziene regeling geniet mevrouw Van den Bossche na haar tweede niet-succesvolle verkiezing in 2016 slechts van de bijzondere ontslagbescherming gedurende een periode van twee jaar (omdat zij eerder in 2012 eveneens niet was verkozen). Dat zij zich in 2012 kandidaat heeft gesteld om een mandaat op te nemen in het comité voor preventie en bescherming op het werk en zich in 2016 kandidaat heeft gesteld voor de ondernemingsraad is niet relevant.

Door een samenloop van omstandigheden heeft mevrouw Van den Bossche in 2015 toch gedurende een zeer beperkte periode effectief een mandaat opgenomen in het comité voor preventie en bescherming op het werk van Eclips NV. Immers, op een gegeven ogenblik had een effectief lid van het comité voor preventie en bescherming op het werk de onderneming verlaten. Er waren ook geen plaatsvervangers meer beschikbaar die het mandaat van het effectief lid konden voltooien. Omdat mevrouw Van Den Bossche de meeste stemmen had bekomen als niet-verkozene en zij op dezelfde lijst had gestaan als het effectief lid kwam zij, als eerste in aanmerking om als “niet-verkozene” het opengevallen mandaat in te vullen.

Als gevolg daarvan genoot zij sedert december 2015 van de uitgebreide ontslagbescherming als was zij een verkozen werknemersvertegenwoordiger. Deze uitgebreide bescherming is echter slechts van toepassing gedurende de lopende “legislatuur”, nl. de periode van X-30, zoals van toepassing bij de sociale verkiezingen van 2012 tot de datum waarop de werknemersvertegenwoordigers werden aangesteld die werden verkozen bij de sociale verkiezingen in 2016.

Het feit dat mevrouw Van Den Bossche in de periode 2012-2016 uitzonderlijk toch van de bijzondere en volwaardige ontslagbescherming kon genieten omdat zij als niet-verkozene alsnog als lid is aangetreden, betekent echter niet dat zij de hoedanigheid van “verkozen kandidaat” heeft verworven naar aanleiding van de sociale verkiezingen in 2012.

Dit betekent heel concreet dat de wettelijk voorziene regeling voluit van toepassing is na 2016 en mevrouw Van Den Bossche na een tweede vruchteloze kandidatuur slechts gedurende twee jaren beschermd is.

De ontslagbescherming van mevrouw Van Den Bossche liep bijgevolg af in de periode mei/ juni 2018.

Eclips NV kan bijgevolg overgaan tot het ontslag van mevrouw Van Den Bossche zonder dat het bijkomende stappen moeten nemen om de ontslagbescherming van mevrouw Van den Bossche op te heffen (aangezien de ontslagbescherming al in 2018 afliep).

Correct!

Mevrouw Van den Bossche geniet niet van de uitgebreide ontslagbescherming gedurende 4 jaar zoals voorzien door de Wet van 19 maart 1991.

Volgens de wettelijk voorziene regeling geniet mevrouw Van den Bossche na haar tweede niet-succesvolle verkiezing in 2016 slechts van de bijzondere ontslagbescherming gedurende een periode van twee jaar (omdat zij eerder in 2012 eveneens niet was verkozen). Dat zij zich in 2012 kandidaat heeft gesteld om een mandaat op te nemen in het comité voor preventie en bescherming op het werk en zich in 2016 kandidaat heeft gesteld voor de ondernemingsraad is niet relevant.

Door een samenloop van omstandigheden heeft mevrouw Van den Bossche in 2015 toch gedurende een zeer beperkte periode effectief een mandaat opgenomen in het comité voor preventie en bescherming op het werk van Eclips NV. Immers, op een gegeven ogenblik had een effectief lid van het comité voor preventie en bescherming op het werk de onderneming verlaten. Er waren ook geen plaatsvervangers meer beschikbaar die het mandaat van het effectief lid konden voltooien. Omdat mevrouw Van Den Bossche de meeste stemmen had bekomen als niet-verkozene en zij op dezelfde lijst had gestaan als het effectief lid kwam zij, als eerste in aanmerking om als “niet-verkozene” het opengevallen mandaat in te vullen.

Als gevolg daarvan genoot zij sedert december 2015 van de uitgebreide ontslagbescherming als was zij een verkozen werknemersvertegenwoordiger. Deze uitgebreide bescherming is echter slechts van toepassing gedurende de lopende “legislatuur”, nl. de periode van X-30, zoals van toepassing bij de sociale verkiezingen van 2012 tot de datum waarop de werknemersvertegenwoordigers werden aangesteld die werden verkozen bij de sociale verkiezingen in 2016.

Het feit dat mevrouw Van Den Bossche in de periode 2012-2016 uitzonderlijk toch van de bijzondere en volwaardige ontslagbescherming kon genieten omdat zij als niet-verkozene alsnog als lid is aangetreden, betekent echter niet dat zij de hoedanigheid van “verkozen kandidaat” heeft verworven naar aanleiding van de sociale verkiezingen in 2012.

Dit betekent heel concreet dat de wettelijk voorziene regeling voluit van toepassing is na 2016 en mevrouw Van Den Bossche na een tweede vruchteloze kandidatuur slechts gedurende twee jaren beschermd is.

De ontslagbescherming van mevrouw Van Den Bossche liep bijgevolg af in de periode mei/ juni 2018.

Eclips NV kan bijgevolg overgaan tot het ontslag van mevrouw Van Den Bossche zonder dat het bijkomende stappen moeten nemen om de ontslagbescherming van mevrouw Van den Bossche op te heffen (aangezien de ontslagbescherming al in 2018 afliep).

Vragen? Wij helpen graag verder!

Vraag van de maand